Hoe is het eigenlijk gesteld met de natuur in het bebouwde deel van de gemeente Leidschendam-Voorburg? Niemand die het echt weet. Een bescheiden antwoord op die vraag kan wellicht al eind van dit jaar worden gegeven door de vrijwilligers-organisatie Platform Duurzaam Leidschendam-Voorburg. Deze gaat samen met de gemeente en 33 vrijwilligers vlinders en libellen tellen.
"Het is de bedoeling om vlinders en libellen te tellen die voorkomen in milieuvriendelijke oevers en in conservatie-oevers", vertelt Anneke Smulders, ambtelijk secretaris van het Platform.
"Als je die cijfers vergelijkt, weet je of het zinvol was om geld te steken in de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Van die beschoeiing (die meer uit planten bestaat dan uit de gebruikelijke steile houten schotten) wordt altijd gezegd dat het beter is voor de natuur, maar gegevens ontbreken."
Een uurtje per maand zullen de tellers aan hun vrijwilligerswerk moeten besteden. In dat uurtje zal een paar honderd meter oever in kaart moeten worden gebracht.
Er is niet voor niets voor libellen en vlinders gekozen. "Die zijn namelijk een goede graadmeter voor wat zich in zo'n stukje natuur afspeelt, omdat ze heel plaatsgebonden zijn", aldus Smulders. "Als je bijvoorbeeld vogels telt bij de oevers en je ziet een toename, weet je niet of die ontstaan is door de oever of door factoren die verder weg liggen." Ook het documenteren van de aanwezige planten is volgens de secretaris geen optie. "Omdat het nog wel eens voorkomt dat buurtbewoners willen zien of bepaalde planten het goed doen in de vrije natuur en dan zelf zaadjes gaan strooien."
Vlinders- en libellentellers moeten de waarheid van de plaatselijke natuur vertellen. Echte biologen hoeven het niet te zijn, maar het is toch handig dat ze een dagpauwoog van een citroenvlinder kunnen onderscheiden. Een cursus van De Vlinderstichting moet die zekerheid bieden.
Het tellen gaat van april tot oktober duren. De gegevens moeten eind dit jaar resulteren in een rapportje. Het Platform en de gemeente vermoeden deze 'natuurmonitoring' vijf tot tien jaar vol te houden met jaarlijkse rapportages. De gegevens worden ook doorgegeven aan De Vlinderstichting die landelijk de vlinder- en libellenstand bijhoudt. Smulders: "We denken dat het oplevert dat natuurvriendelijke oevers beter zijn. Maar dat moet wél onderbouwd, zodat de gemeenteraad ziet dat het zinvol blijft om geld uit te geven aan de natuur. De metingen zijn tot nu toe niet verricht, omdat het de gemeente te veel menskracht kost en dus geld kost. Vandaar dat we nu met vrijwilligers gaan werken."